De Grebbelinie vormt een uniek rijksmonument met een militaire geschiedenis van meer dan 300 jaar. Over de meidagen van 1940 en de voorliggende mobilisatieperiode is veel geschreven. Dit jaar wordt een veel minder belichte periode in boekvorm gepresenteerd: de Pantherstellung en Grebbestellung in 1944-1945. Als eerste publiceren we hier het persbericht rond de uitgave van het boek In het spoor van loopgraven De uitgave werpt licht op spergebied langs de Rijn en de zuidelijke Veluwezoom.

In 2025 is het tachtig jaar geleden dat de bewoners van de zuidelijke Veluwezoom na hun maandenlange evacuatie weer naar huis mochten terugkeren. Wat is híer gebeurd?, vragen zij zich af, wanneer zij tussen alle ravage loopgraven in hun tuinen aantreffen. Het boek In het spoor van de loopgraven. Spitters in het spergebied van Oosterbeek tot en met Rhenen, 1944 – 1945 werpt licht op de bijzondere oorlogsgeschiedenis van de regio. Eind september 1944 mislukt de Slag om Arnhem en daarna moeten ruim 200.000 mensen vertrekken. Een 45 kilometer brede strook langs de Rijn verandert in Duits frontgebied. Pottenkijkers zijn niet welkom. Ten westen van Arnhem wordt de strook van Oosterbeek tot en met Rhenen ontruimd. Intussen dirigeert Duitse bezettingsmacht wel duizenden mannen naar deze verboden militaire zone.

Hoe hoopvol was de situatie nog op 17 september 1944. Toen zagen de streekbewoners tijdens Operatie Market Garden geallieerde parachutisten neerdalen. Op dat moment graven er al duizenden mannen uit de wijde omgeving verplicht aan de Panther-Stellung. Deze nieuwe Duitse verdedigingslinie volgt de noordoever van de Rijn van de Duitse grens tot de Grebbe en buigt dan noordwaarts af naar het IJsselmeer. Maar de operatie verloopt minder gunstig dan verwacht en de Slag om Arnhem wordt een fiasco voor de geallieerden.

Van september 1944 tot aan de bevrijding in 1945 ploeteren circa 45.000 Nederlandse ‘spitters’ voor de Wehrmacht langs het front van de Duitse grens tot Rhenen. Het zijn vooral mannelijke bewoners uit de regio en evacués uit het frontgebied. Veel anderen worden in het najaar van 1944 bij grote razzia’s opgepakt, zoals in Hilversum en Rotterdam.

Naast de Liemers en Arnhem, verblijven er dwangarbeiders in Oosterbeek, Wolfheze, Doorwerth, Ede, Bennekom, Wageningen en Rhenen. De Duitsers brengen hun ‘spitters’ onder in grote boerderijen, scholen en tehuizen. In Ede dienen de kazernebarakken nabij het station als verdeelcentrum van arbeidskrachten. De mannen krijgen stro om op te slapen, plus dagelijks een portie eten en drie sigaretten. Op de voormalige luchtlandingsterreinen van de geallieerden vinden zij nog brandstof en andere bruikbare spullen.

Veilig is hun werkveld zeker niet, want terwijl de mannen schuilonderkomens en kilometerslange loopgraven maken, gaan de beschietingen door. Veel Duitse soldaten zijn het oorlogsgebeuren ook beu en lijden in de winter zelf honger. Medio februari 1945 nemen verbeten SS’ers echter de frontbewaking over. Zij voeren vanuit Rhenen en Bennekom een waar schrikbewind over hun sector. In de laatste maanden voor de bevrijding executeren zij nog standrechtelijk minimaal twintig weerloze burgers.

Onderzoeker Karin van Veen schetst de indringende realiteit van het dagelijkse frontleven. Zij laat de betrokkenen zelf aan het woord en plaatst hun ervaringen binnen de context van de algehele oorlogssituatie. Hun gedetailleerde verhalen over hun werk voor de verdedigingslinie en het kampleven waren bijna in vergetelheid geraakt. De ooggetuigen zijn dwangarbeiders en enkele gebleven bewoners. Ook hulpverleners, verzetslieden, ambtenaren en vrachtrijders drongen door tot de verboden militaire zone. In het spoor van de loopgraven is de vierde publicatie over het spergebied langs de Rijn in Oost-Nederland.

Boek In het spoor van de loopgraven. Spitters in het spergebied van Oosterbeek tot en met Rhenen, 1944 – 1945 formaat 21 x 29,7 cm, soft cover, 366 pagina’s, 255 zwart-wit foto’s + 12 plattegronden en militaire kaarten in kleur. Verkrijgbaar bij Graven in de vuurlinie, www.gridvl.nl.