• Restaurant De Hof toneel van gevechten
    donderdag 20 mei 1937
    Lees verder >>

Restant bij de Spees blijkt uniek bouwwerk

Door Bert Rietberg, vrijdag 15 maart 2019 13:21
Categorie: Stichting Grebbelinie

Na een lange periode van onderzoek is vastgesteld wat de aard is van de geheimzinnige fundering bij het Hoornwerk aan de Spees. De gewapend betonnen vloerplaat werd enige jaren geleden bij toeval ontdekt, maar de maten kwamen niet overeen met de tot dusver bekende kazematten in de Grebbelinie. Nu blijkt dat het geen kazemat is, maar dat op deze plaats een gewapend betonnen schuilplaats moest komen voor een geweer- of mitrailleurgroep. Een onlangs opgedoken foto uit de zomer van 1940 bewijst dat het onderkomen nooit is afgebouwd. De militairen moesten het in 1940 zoals overal in de linie doen met schuilplaatsen van hout en aarde.


Linksonder de betonnen fundering achter de wal van het Hoornwerk aan de Spees. Rechts zijn op de wal vier betonnen opstanden voor geweerschutters te zien. Bij beschietingen hadden deze of andere militairen beschutting kunnen vinden in de gewapend betonnen schuilplaats voor een geweer- of mitrailleurgroep.

In de Betuwestelling, het verlengde van de Grebbelinie, liggen tal van bijzondere bouwwerken, die (vrijwel) nergens anders in de linie voorkomen. Dankzij een zeer actieve officier, reserve Luitenant-Kolonel J.M. Kolff, mocht het veldleger hier meer dan elders met beton werken. Commandant Kolff van het 46e Regiment Infanterie oordeelde dat het aantal kazematten dat Bureau Stellingbouw liet bouwen veel te gering was. Met zeven kazematten naast elkaar in de frontlijn kon de linie niet verdedigd worden. De commandant vroeg en kreeg toestemming om in eigen beheer betonnen kazematten en andere betonnen opstellingen te bouwen.

Een dag later was een regimentsbetonploeg samengesteld van ca. 80 manschappen. In de eerste periode bouwde de ploeg 14 kazematten, later nog eens 10. In die laatste periode moet ook gestart zijn met de bouw van een schuilplaats voor een geweer- of mitrailleurgroep.

Foto uit het album van Obertleutnant Rothe, die in de zomer van 1940 verschillende foto's maakte van het Hoornwerk aan de Spees. Het wapeningsstaal is aangebracht door de staalvlechters, maar voor de betonners die het beton zouden mengen en storten kwam de oorlog te vroeg. (foto: collectie Rene Ros)

De commandant en zijn bouwploeg lieten zich bij de bouw leiden door het Voorschrift Inrichten Stellingen. De serie van meer dan 10 delen kwam uit tussen 1928 en 1935 en behandelde alle mogelijke onderwerpen, van camouflage tot pionieren en van hindernissen tot legering. In deel VII werden gewapend beton - Schuilplaatsen behandeld. Hoewel het wapeningsijzer na de oorlog is verdwenen, zijn er er nog voldoende sporen over om de vloerplaat en de foto uit 1940 te kunnen vergelijken met de tekening uit het voorschrift.

Tekeningen uit het Voorschrift Inrichten Stellingen deel VII. Als de schuilplaats zou zijn opgeleverd, dan was deze volgens het voorschrift voorzien geweest van een periscoopbuis en een ventilatiebuis.

Op de tekening voor het type IG zijn buizen te zien tot invoer van telefoonkabel en een bovengrondse telefoonlijn. Het bouwwerk had getuige het voorschrift een weerstandsvermogen w.12-15, hetgeen betekent dat het bestand was tegen een voortgezette beschieting met 12 cm geschut en enkele treffers van 15 cm geschut. Bij het bestuderen van de vloerplaat bleek dat de deurstijlen ontbraken, die er volgens de tekening wel in hadden moeten zitten. 

Voor de uiteindelijke hoogte van de schuilplaats levert het voorschift ook een bruikbaar aanknopingspunt. Daarin wordt namelijk opgegeven dat de maaswijdte van de wapeningsnetten maximaal 30 cm mag bedragen. Op de foto uit 1940 zijn rechts 4 horizontale staven, de verdeelstaven van de hoofdwapening, te zien. Daaruit valt te concluderen dat de binnenhoogte niet meer dan de reguliere 1,20 m zijn geworden. Dat was de minimummaat voor een schuilplaats. Bij een toepassing als commando- of eerste-hulppost was de binnenhoogte 1,60 m geweest.

In mei 1940 vielen de Duitse troepen vooral aan in het centrale en zuidelijke deel van de Betuwestelling. Het deel van commandant Kolff werd grotendeels ongemoeid gelaten. Diverse kleine 'Kolff-kazematten' zijn bewaard gebleven in Kesteren en Opheusden. In Kesteren is de Overste J.M. Kolff-straat naar hem genoemd. Met de vondst van de gewapend betonnen schuilplaats is de lijst van verdiensten van deze officier weer een markante regel langer.   

Bronnen: 

Met dank aan het veld- en onderzoeksteam, dat metingen verrichtte en bronnenonderzoek deed.


Terug naar het nieuwsoverzicht